| 2. De baksteen
naar Nederland In de 12e eeuw (rond het jaar 1100) gingen we in Nederland ook bakstenen gebruiken. Huizen waren voor die tijd vaak gemaakt van hout en dat kon heel gevaarlijk zijn als er ergens in een stad brand uitbrak. De huizen konden dan heel makkelijk vlam vatten en binnen de kortste keren stond dan een hele wijk in brand. De mensen en stadsbesturen waren daarom heel blij met bakstenen, want zo werden hun huizen en gebouwen sterker en steviger en ook veel minder brandbaar. En huizen van baksteen blijven veel langer bestaan. Hout kan rotten, baksteen niet. De bewijzen hiervoor zie je vaak in grote steden. Daar zie je gebouwen die wel honderden jaren oud zijn en nog steeds stevig en mooi zijn. Het gebruiken van baksteen voor het bouwen van huizen, was in Nederland eigenlijk heel logisch. Baksteen wordt namelijk gemaakt van klei en de grond bij de rivieren is heel rijk aan allerlei soorten klei (waar die klei precies vandaan komt en wat ermee moet gebeuren voordat je het een baksteen mag noemen dat lees je verderop). Omdat er zoveel soorten klei waren en maar heel weinig andere bouwmaterialen zoals hout en natuursteen, was de baksteen al snel een geliefd bouwmateriaal dat veel werd gebruikt. In de 19e eeuw (begin 1800) werd de vraag naar bakstenen nog veel groter. Dit kwam doordat het aantal mensen in Nederland groeide én steeds meer mensen genoeg geld hadden om een stenen huis te kunnen betalen. |
![]() |
|
De baksteenindustrie heeft zich steeds meer ontwikkeld doordat het werk in de fabriek steeds meer door machines kon worden gedaan. Hierdoor konden ze steeds meer bakstenen maken (fabriceren) en ging het ‘fabricageproces’ ook steeds sneller en beter. Doordat er steeds meer machines werden gebruikt is het werk, vergeleken met vroeger, voor de mensen in de fabrieken veel lichter geworden. Dat is goed nieuws want het zware werk was op den duur heel slecht voor je lichaam. Maar hoe steekt dat proces van het maken van bakstenen eigenlijk in elkaar? Op naar het ‘fabricage proces’. |
|