|
1. Wie heeft de
baksteen uitgevonden? Maar al snel kwam men erachter dat als je met deze gebakken klei ging bouwen, de huizen en paleizen veel steviger werden en ook veel langer bleven staan. Zo werd het idee van gebakken steen, baksteen dus, geboren. Een paar duizend jaar later namen de Romeinen de oude techniek van het bakken van stenen en dakpannen over. Zij zorgden ervoor dat de techniek steeds beter werd, zodat de bakstenen sterker en beter werden. In de 12e eeuw gingen we de bakstenen ook in Nederland gebruiken. Hoe dit ging, vertel ik je in het volgende hoofdstuk.
Het gebruiken van baksteen voor het bouwen van huizen, was in Nederland eigenlijk heel logisch. Baksteen wordt namelijk gemaakt van klei en de grond bij de rivieren is heel rijk aan allerlei soorten klei (waar die klei precies vandaan komt en wat ermee moet gebeuren voordat je het een baksteen mag noemen dat lees je verderop). Omdat er zoveel soorten klei waren en maar heel weinig andere bouwmaterialen zoals hout en natuursteen, was de baksteen al snel een geliefd bouwmateriaal dat veel werd gebruikt. In de 19e eeuw (begin 1800) werd de vraag naar bakstenen nog veel groter. Dit kwam doordat het aantal mensen in Nederland groeide én steeds meer mensen genoeg geld hadden om een stenen huis te kunnen betalen. Bovendien werden bakstenen eerst in kleine hoeveelheden met de hand gemaakt, nu gebeurde dat in fabrieken waardoor er meer stenen gemaakt konden worden in minder tijd. Dat dit werk van handwerk naar machinewerk ging, noemden ze de industriële revolutie. De baksteenindustrie heeft zich steeds meer ontwikkeld doordat het werk in de fabriek steeds meer door machines kon worden gedaan. Hierdoor konden ze steeds meer bakstenen maken (fabriceren) en ging het ‘fabricageproces’ ook steeds sneller en beter. Doordat er steeds meer machines werden gebruikt is het werk, vergeleken met vroeger, voor de mensen in de fabrieken veel lichter geworden. Dat is goed nieuws want het zware werk was op den duur heel slecht voor je lichaam. Maar hoe steekt dat proces van het maken van bakstenen eigenlijk in elkaar? Op naar het ‘fabricage proces’.
Er zijn verschillende plekken in Nederland waar je klei kunt vinden. In Groningen en Friesland vind je zeeklei, net als in Zeeland en West-Brabant. Iets meer naar het zuiden vind je dikke kleipakketten onder het zand, vooral in de Achterhoek en Twente. Deze pakketten kunnen heel diep liggen en zijn vaak vele meters dik. Langs de Waal, de Rijn en de IJssel vinden we rivierklei. Deze klei komt uit uitgestrekte kleilagen van meestal niet meer dan twee meter dikte.
Maar voordat er iets met de klei kan
gebeuren moet die natuurlijk eerst uit de grond gehaald worden. Dat
afgraven noemen ze ook wel ‘aftichelen’ en dit gebeurt volgens een
vast plan.
De afgegraven klei
wordt dan naar de fabriek gebracht. Daar wordt de klei opgeslagen, het liefst met verschillende
kleisoorten op elkaar. Als ze de klei gaan gebruiken, dan graven ze
deze van boven naar beneden af, zodat ze van elke kleisoort een
stukje meenemen. Enkele jaren geleden heeft het Koninklijke Verbond van Nederlandse Baksteenfabrikanten afspraken gemaakt met het Wereld Natuur Fonds. Hierin staat hoe de klei het beste afgegraven kan worden zodat we na de afgraving een mooi natuurlandschap kunnen krijgen. We halen de klei weg en planten, bomen en bloemen kunnen weer lekker groeien in goede grond. En als er planten en bloemen zijn, komen er ook dieren die hiervan eten. Langs de rivieren de Maas, de Waal en de IJssel, zie je honderden hectares natuurlandschap die zo ontstaan zijn. En daar kunnen we allemaal lekker van genieten. Maar het afgraven van klei langs de rivieren is ook nog ergens anders belangrijk voor. Als er veel water in de rivieren staat, kan er een overstroming ontstaan.
Door de klei weg te halen is er meer
ruimte voor het water. Zo is er minder kans op een overstroming. De klei die wordt opgehaald uit de opslag wordt daarna naar toevoerkasten gebracht. Dit zijn een soort smalle langwerpige bakken, waarin de klei opgeslagen wordt. Deze toevoerkasten zijn de voorraad van de fabriek en zorgen ervoor dat de toevoer van de klei altijd in orde is. In de ruwe klei willen nog wel eens stukken metaal of steen zitten. Deze moeten eruit worden gehaald, omdat de machines die later gebruikt worden om de klei nog fijner te maken, anders kapot zouden kunnen gaan. Er zijn verschillende machines die de klei verder gaan bewerken. Elke fabriek heeft een paar van die machines en het hangt af van de soort klei en de manier van produceren (maken) welke machine er wordt gebruikt. Vormen De handvormmethode wordt het meest gebruikt. Het klinkt een beetje gek, maar het handvormen gebeurt tegenwoordig alleen nog maar met machines. Deze machine maakt een soort kleiballen en gooit deze ballen dan met veel kracht in de vorm. De klei die er dan aan de randjes nog uitsteekt wordt eraf gesneden. Dan keert de vorm om en houd je een mooie steen over. Heel soms wordt deze steen nog wél met de hand gemaakt. Maar dit is dan alleen als daar speciaal opdracht voor gegeven wordt. Bijvoorbeeld als ze een heel oud huis willen vernieuwen, maar wel ervoor willen zorgen dat het er weer zo uit gaat zien als vroeger. Restaureren noemen ze dit met een moeilijk woord. De vormbaksteen wordt net iets anders gemaakt en ziet er daardoor ook anders uit. Deze steen is heel strak en glad, terwijl de handvormsteen veel groeven heeft. De strengperssteen wordt ook weer anders gemaakt. De machine maakt een hele lange rechthoekige streng (sliert) van klei en die wordt in plakken gesneden, precies zo dik als een baksteen. Deze steen is nog gladder dan de vormbaksteen en heeft soms ook gaten zodat hij lichter wordt en beter kan drogen.
Drogen
Het is heel erg belangrijk dat de stenen niet te snel of te langzaam drogen. Daarom maken ze voor elke steensoort een apart droogschema. Tijdens het drogen krimpt de steen altijd een klein beetje. Daar wordt natuurlijk rekening mee gehouden bij het maken van de vormen. Die maken ze altijd een beetje te groot, zodat er na het krimpen een perfecte steen overblijft. Het drogen kan op twee manieren gebeuren. De ene manier is dat de stenen door een tunnel worden gereden. Tegelijkertijd wordt er warme droge lucht door de tunnel geblazen. Dit noemen ze een tunneldrogerij. Ook gebruiken ze wel een kamerdrogerij. Hier leggen ze de stenen in kamers, en in elke kamer wordt de temperatuur apart geregeld. Vroeger werden de stenen gewoon buiten gedroogd in overdekte droogrekken. Zo zeg, er gebeurt wel heel wat met die klei voordat het eindelijk gebakken kan worden. Ik ben heel benieuwd hoe ze dát dan doen!
Bakken Net als bij het drogen, is het bij het bakken ook heel erg belangrijk dat het niet te snel of te langzaam gebeurd. Het opwarmen moet, net als het afkoelen, best langzaam gebeuren anders kan de steen scheuren. Het bakken gebeurt in hele hete ovens van 1000 °C tot soms wel meer dan 1200 °C! Hoe warm de oven moet zijn hangt af van de soort klei en welke eigenschappen de stenen moeten hebben. Niet alleen de temperatuur van de oven en de samenstelling van de klei bepalen welke eigenschappen een steen krijgt. Het type oven dat wordt gebruikt heeft hierop nog invloed. Verschillende typen zijn; de tunneloven, ring-, vlam-, en zigzagoven. De meest gebruikte oven, die ook meteen de modernste is, is de tunneloven. De tunneloven, het woord zegt het eigenlijk al, bestaat uit een grote tunnel die 100 meter lang is. De stenen worden op ovenwagens gestapeld en dan bedekt met vuurvaste stenen. Deze ovenwagens worden dan langzaam door de tunnel gereden. Aan het begin van de tunnel worden de stenen langzaam opgewarmd. In het midden komen ze in de vuurzone, het heetste deel van de oven. Als de stenen uit het vuur komen, worden ze weer langzaam afgekoeld achterin de oven. Het handige van deze oven is dat hij constant gebruikt kan worden. Hij hoeft namelijk niet steeds weer opnieuw op te warmen en af te koelen voor een nieuwe lading stenen. Ook kunnen ze in de tunnel de temperatuur heel goed regelen. Dat is belangrijk omdat de kwaliteit van de stenen dan altijd even goed is. De ring-, vlam-, en zigzagoven worden door fabrieken gebruikt die stenen nog op de traditionele (ouderwetse) manier maken. Het grootste verschil met deze ovens en de tunneloven is dat hier de stenen stil blijven staan en het vuur zich rond de stenen beweegt. Een ander verschil is dat deze fabrieken kolen gebruiken om het vuur op te stoken. Door het gebruik van kolen komen er namelijk stoffen vrij die in de klei zitten (fluoriden en zwaveloxide), waardoor de stenen een bepaald uiterlijk krijgen. Er moet alleen wel rekening gehouden worden met de hoeveelheid stoffen die in de lucht terecht komen, want deze stoffen zijn behoorlijk slecht voor het milieu. De fabrieken met een tunneloven gebruiken, in plaats van kolen, aardgas als brandstof voor het bakken van de stenen. Dit is niet alleen beter voor het milieu, maar het is ook goedkoper en makkelijk aan te voeren. Kwaliteit Al is daar tegenwoordig minder kans op dan vroeger want ze kunnen tegenwoordig met behulp van computers het drogen en bakken heel goed in de gaten houden en meteen bijsturen als er iets niet in orde is.
Na het ‘aftichelen’, vormen, drogen en bakken van de klei is de
baksteen klaar. Maar al die bakstenen blijven natuurlijk niet in de
fabriek liggen! De stenen worden opgeslagen en klaargemaakt om naar
de bouwplaats vervoerd te worden. Ze kunnen worden gebruikt voor
bestrating, of voor het bouwen van gevels en binnenmuren. Maar er
wordt meer gemaakt van baksteen dan gewone huizen…lees maar verder! 5. Wat doen we allemaal met baksteen? Zoals je in het hoofdstuk 4 hebt kunnen lezen, worden er verschillende soorten baksteen gemaakt. We zetten ze nog even voor je op een rijtje: - de handvormsteen Maar waar worden deze verschillende stenen eigenlijk voor gebruikt? Metselen in grote delen van europa wordt voor binnenmuren meestal een strengperssteen gebruikt. Deze zijn lekker glad. Zo kun je ze makkelijk bedekken met een soort pleister, zodat de muur mooi glad wordt en makkelijk kan worden behangen of geschilderd. In Nederland wordt voor de binnenmuren meestal een vormbaksteen gebruikt. Het metselen is zwaar werk. Steen voor steen moet er metselmortel (ook wel specie genoemd) gebruikt worden. En als de stenen op elkaar gemetseld zijn, moet ook de voeg netjes worden afgewerkt. Hiervoor gebruiken we voegspecie. Je moet ervoor zorgen dat de specie netjes glad wordt afgestreken. En als er specie op de stenen komt, moet je het schoonmaken. Anders zou het een rommeltje worden. Het metselen vraagt dus veel vakmanschap. Kan het anders? Ja we kunnen de stenen ook lijmen of stapelen. Lijmen Juist! We kunnen de bakstenen ook op elkaar lijmen. Door een dunne laag lijm tussen de bakstenen te spuiten, is de voeg veel kleiner. Ook kunnen we de lijm een kleurtje geven. Dan zie je de voeg bijna helemaal niet meer. Gebouwen die van gelijmde bakstenen zijn gemaakt zien er vaak erg strak en modern uit. Zo kunnen we de gebouwen er weer anders en moderner laten uitzien dan bij een gemetselde steen. Het lijmen heeft nog meer voordelen. De muren zijn sterker. En daarom kunnen we in de fabriek zelfs muren maken die we later kant en klaar naar de bouwplaats brengen. Het is wel een heel precies werkje, dat alleen een echte vakman kan doen.
Stapelen met staafjes / clips Maar daar hebben ze iets op gevonden. De stenen worden met staafjes en clips aan elkaar vastgemaakt. De stenen worden keurig netjes op elkaar gestapeld en met een grote rubberhamer worden de stenen aangeslagen. De clips klikken de de stenen aan elkaar vast. Bij het stapelen van stenen hebben we dus helemaal geen voeg. En het is zo eenvoudig dat je geen echte vakman hoeft te zijn om een mooi muurtje te bouwen. Straten
maken Heb je wel eens gezien hoe dat gaat? Eerst wordt er heel veel zand gebruikt. Die wordt dan netjes gladgestreken en aangestampt. Dat noemen ze verdichten. En de echte stratenmakers leggen dan in een razend tempo de bakstenen op hun plaats. En dan kunnen wij dan weer over heen lopen of rijden. En zeg nou eerlijk: een straat van bakstenen is toch veel mooier en vrolijker en warmer dan een straat van asfalt?
6. Bouwkunst in baksteen. De metselbakstenen zijn er in allerlei verschillende vormen, structuren, maten en kleuren. Deze werden en worden op heel verschillende manieren gebruikt. Bijvoorbeeld voor het mooi maken van de gevel van een huis, maar ook voor het bouwen van de prachtigste kerken met grote koepels, een kasteel of een grote sterke stadsmuur die vroeger de vijand moest kunnen tegenhouden. Nederland is door het bouwen van de prachtigste dingen, met baksteen als bouwmateriaal, over de hele wereld bekend geraakt om zijn baksteenarchitectuur. Dit zou je ook wel bouwkunst in baksteen kunnen noemen. Baksteen is een heel duurzaam bouwmateriaal, dat wil zeggen dat het heel lang meegaat. Dit kun je zien aan de vele oude gebouwen die er nog zijn. Sommige gebouwen zijn wel duizenden jaren oud. Soms moeten deze gebouwen gesloopt worden omdat ze te oud zijn om ze weer te herstellen. Na het slopen van zo’n gebouw worden de bakstenen die overblijven vaak weer opnieuw gebruikt. Dit is niet alleen mooi, maar ook nog eens goed voor het milieu. Ben je wel eens door een oude stad als Amsterdam gelopen? Daar zie je het bewijs dat baksteen heel erg lang meegaat en mooi blijft. De straten, gebouwen en ook de bruggen zijn helemaal van baksteen gemaakt. Zelfs langs de grachten zie je mooi gemetselde muren die al honderden jaren oud zijn. De bakstenen beschermen ons tegen kou en warmte. Als het buiten erg warm is, blijft het binnen lekker koel. En als het buiten erg koud is, zorgt de baksteen ervoor dat de warmte lekker binnen blijft. Als je heel goed luistert, kun je bakstenen ook horen ademen, tenminste dat zei mijn vader. Maar dat is een grapje. Ze zorgen er wel voor dat vocht uit de lucht wordt opgenomen en dat het teveel aan vocht wordt afgegeven. Dus eigenlijk is dat ook ademen, alleen je kunt het niet horen. En we zien de baksteen niet alleen op straat. We komen de baksteen zelfs tegen in spreekwoorden. Kijk maar:
|